top of page
Zoeken

Het alledaagse omarmen

Thuis zetten we koffie met een perculator. Dat gaat niet zonder slag of stoot.


Het oude koffiedik moet eerst uit de filter geschept. De onderdelen spoel ik af onder de kraan en de pot vul ik met warm water. De filter draai ik op de pot. Daarna giet ik de bonen van 80-days in de elektrische koffiemolen en daarmee maak ik zo’n 6 seconden een hoop herrie. De gemalen koffie schep ik over in de filter en daarna schroef ik het reservoir op de pot. Dan zet ik de perculator op het fornuis en steek ik het gas aan. Na een paar minuten ruik ik de verse koffie en hoor ik het potje pruttelen. Dan is de koffie klaar om in te schenken.


Misschien denk je: ‘waar gaat dit nou helemaal over?’

Nou, het gaat over een dagelijks terugkerend ritueel dat mij leert vertragen. Ik doe het met aandacht en verwondering voor de geurende koffiebonen, de elektriciteit die het malen mogelijk maakt en het gas dat zomaar het fornuis uitstroomt en het water verhit. Met die aandacht eer ik mijn Schepper die dit allemaal mogelijk maakt. Natuurlijk ben ik ook wel eens gehaast, suf of sacherijnig. Dan lukt me dat niet en vind ik het gedoe. Maar het koffiezetritueel zet me meestal toch even stil. Het leert me genieten van het kleine en het trage. Daar kan geen koffiemachine tegenop.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page